Een sloper verricht alle voorkomende sloopwerkzaamheden met inbegrip van zagen, boren, branden. Ook verzorgt hij het onderhoud van de voor deze werkzaamheden benodigde machines en gereedschappen. De CAO-Bouw onderscheidt 3 functies. De sloper I en II die de genoemde sloopwerkzaamheden uitvoeren en de springmeester I.
De springmeester I bereidt zelfstandig sloopwerk voor en verricht sloopwerk aan bouwwerken met behulp van springstoffen. Hij verzorgt de aanvoer, opslag, gebruik en afvoer van de benodigde materialen en apparatuur. Hij dient hiervoor op de hoogte te zijn van de geldende wettelijke voorschriften en deze in acht nemen. Voor de functie zijn specifieke diploma's vereist en een minimum leeftijd van 21 jaar.
De werkzaamheden van de sloper zijn afhankelijk van het type bedrijf waar hij werkt, en zijn deskundigheid, opleiding en ervaring. De werkplek en werkzaamheden van de sloper zijn zeer gevarieerd en worden mede bepaald door het te slopen object en het materiaal waarvan het gemaakt is. Gespecialiseerde werkzaamheden zijn bijvoorbeeld het slopen van asbestbevattende of chemisch vervuilde objecten, het koppensnellen met palenkrakers, en het slopen met springstoffen. Het gebruikelijke slopen van bouwwerken wordt deels handmatig, maar ook met behulp van krachtige apparatuur en machines uitgevoerd. Veel voorbereidende werkzaamheden zijn breken, boren, splijten, hakken, snijbranden, zagen, knippen, en beulen. Soms dient alles met de hand uitgevoerd te worden, maar waar mogelijk worden gereedschappen, apparatuur en machines ingezet.
Terug naar het persberichten overzicht


